Kerkbestuur - Kerkraad - Kerkfabriek

De laatste vergadering van 2014 gaat door op woensdag 15 oktober 2014.


Het Kerkbestuur heeft de vergaderdata vastgelegd voor het werkjaar 2015.
Ze komen telkens samen op woensdagavond vanaf 20.00 u op de pastorij.
De vergaderingen gaan door op : 28 januari, 8 april, 17 juni, 2 september en 14 oktober 2015.

Wie we zijn en wat we doen

Het Kerkbestyyr beheert de kerkelijke goederen om te voorzien in de stoffelijke noden met betrekking tot de eredienst.

De leden van het Kerkbestuur zijn


Van l.n.r.: Voorzitter: Staf Verhaert, Secretaris: Frans Vleugels, lid: August Laeremans, Penningmeester: Remi Vangenechten, afgevaardigde van de Bisschop: Louis Geukens, lid: Frans Dresselaerts

Contactpersoon  

Staf Verhaert, Markt 11C, 014/58.72.42

De kerkfabriek - De Kerkraad

De naam “kerkfabriek ligt in onze taal nogal ongemakkelijk. Wil men hier bedoelen: ‘een fabriek van of voor de kerk?’  Een fabriek doet denken aan productie. Waar vinden wij die fabrieken en welke producten zouden die produceren?

Deze naam bestond al in de 13de eeuw en komt van het Latijnse “fabrica” (onderneming). Deze onderneming of instelling was toen al opgevat als een bestuursorgaan vooral gevormd door leken en belast met het beheer van kerkelijke goederen.

De oprichting van onze kerkfabrieken dateert van bij de Franse Revolutie  (1789) en het bewind van Napoleon. De Franse revolutie had alle kerkelijke goederen onteigend en ter beschikking gesteld van de natie. Dat was zogezegd om zo behoorlijk te voorzien in de kosten van de eredienst, in het onderhoud van de priesters en in de ondersteuning van de armen. Onder het bestuur van de  Convention Nationale en het Directoire werden de kerkelijke goederen echter verkwist, de eredienst afgeschaft en vele geestelijken vervolgd.

Door het concordaat dat eerste consul Napoleon Bonaparte op 15 juli 1801 afsloot met paus Pius VII kwam hierin verandering. Op 29 april 1803 werden de bisschoppen gelast om kerkfabrieken op te richten. De inrichting, werking en bevoegdheid werd bij keizerlijk decreet op 30 december 1809 geregeld. Later nam het onafhankelijke België het decreet over. De steun aan de kerk die aanvankelijk vooral voorzien was  als compensatie voor de verdwenen kerkelijke goederen, werd geleidelijk meer positief geïnterpreteerd als een erkenning van en een vergoeding voor de bijdrage van de kerk aan het maatschappelijk leven.        

Het decreet werd hierna nog gewijzigd en aangevuld door de wet van 4 maart 1870, waarbij een nauwkeurig voorgeschreven model van boekhouding, met begrotingen en rekeningen werd ingevoerd.    . 

Door de staatshervorming van 2001 werd de bevoegdheid over de kerkfabrieken overgedragen naar de gewesten. Dit was, na twee eeuwen, een gelegenheid om via het nieuwe decreet van 7 mei 2004, een aangepast kader te scheppen voor de uitbouw van een hedendaags en efficiënt bestuur van de erkende erediensten. Men zocht ook naar een doorzichtige structuur en een betere relatie met het gemeente- en provinciebestuur. Tot hier een  kort stukje geschiedenis.

WIE KAN ER LID WORDEN VAN DE KERKFABRIEK?

Om lid te worden van de kerkfabriek moet je katholiek zijn, ten volle 18 jaar, en in het bevolkingsregister ingeschreven van de gemeente van de gebiedsomschrijving van de parochie. De leden worden verkozen voor een periode van zes jaar, maar na drie jaar is er telkens een gedeeltelijke vernieuwing, de zogenaamde ‘grote’ en ‘kleine’ helft.

DE TAAK VAN DE KERKFABRIEK

Per parochie is er een kerkfabriek die bestuurd wordt door de kerkraad. Deze raad vergadert zo dikwijls als nodig, maar minstens eenmaal per kwartaal. De kerkraad bestaat uit 5 verkozen leden en één lid van rechtswege, nl. de door de bisschop aangestelde verantwoordelijke van de parochie. Zij zijn belast met het materiële beheer van het kerkgebouw. Zij zorgen er dus voor, dat we liturgie kunnen vieren. De kerkfabriek is geen liefdadigheidsinstelling. De raadsleden moeten zorgen voor de geldelijke middelen die nodig zijn voor een waardige eredienst. Jaarlijks moet de penningmeester van de kerkfabriek het ontwerp van begroting aan de kerkraad voorleggen. Die begroting wordt ook voorgelegd aan de gemeenteraad, de bisschop en de bestendige deputatie van de provincie, die elk hun respectieve deel van de begroting goed of niet goed keuren..

 Kerkfabriek is dus niet hetzelfde als ‘parochie’. In een plaatselijke parochie zijn er normaal drie boekhoudingen; die van de kerkfabriek, die van de VZW van de  parochie en meestal ook die van de VZW van de parochiale zalen en lokalen. Dit alles werkt best in onderlinge samenwerking.

CENTRAAL KERKBESTUUR

Het decreet van 7 mei 2004 voorziet ook in een centraal kerkbestuur. Dat is op de eerste plaats een overlegorgaan, enerzijds tussen de verschillende kerkfabrieken van eenzelfde gemeente, anderzijds met het gemeentebestuur .Dit kerkbestuur is samengesteld  door een vertegenwoordiger van de bisschop, drie afgevaardigden van de plaatselijke kerkraden voor een groep van 5 kerkfabrieken; één extra lid wordt toegevoegd per groep van 5 kerkfabrieken. Het is mogelijk dat een expert de leden van het bestuur bijstaat. Het centraal kerkbestuur zorgt ook voor het gecoördineerd indienen bij het gemeentebestuur van het meerjarenplan en het gezamenlijk indienen van de jaarrekeningen.

DE NOTULEN  OF DE VERSLAGEN VAN DE VERGADERINGEN

Om een algemeen administratief toezicht mogelijk te maken moet een afschrift van de notulen van de vergaderingen van de kerkraad en van het centraal kerkbestuur binnen de twintig dagen na de vergadering aan de provinciegouverneur, het gemeentebestuur en de bisschop, worden verstuurd. Deze overheden hebben dertig dagen na ontvangst de gelegenheid om deze te beoordelen.

WAAR HAALT DE KERKFABRIEK HAAR INKOMSTEN?

Niet alle kerkfabrieken beschikken over dezelfde middelen. Er zijn er die inkomsten ontvangen van huishuren, pachten of inkomsten van stichtingen. Het merendeel  moet het doen met omhalingen in de liturgische diensten, opbrengsten van offerblokken en rechten op de opbrengsten van uitvaarten en huwelijken. In de verdeling van de gelden van een uitvaart ( 200 euro) heeft de kerkfabriek recht op 30%. Bij een huwelijk ( 200 euro) ontvangt zij 10%. Voor elke misintentie( 10 euro) gaat 2,5 euro naar de kerkfabriek.

UITGAVEN DOOR DE KERKFABRIEK

Er zijn drie soorten uitgaven

a) De door de bisschop vastgestelde uitgaven ten behoeve van de eredienst:

De belangrijkste uitgaven zijn : hosties, wijn, godslampolie,  kaarsen, water, verlichting en verwarming, onderhoud van kerkgewaden en kerkmeubelen, schoonmaak van de kerk, wasserijkosten, aankoop van kerkgewaden, liturgische boeken. Zo kunnen bijvoorbeeld in Geel de kerkfabrieken de kosten betalen van de wekelijkse misblaadjes.

b) Uitgaven onderworpen aan de goedkeuring van de bisschop en van de bestendige deputatie: Eventuele lonen van koster en orgelist, onderhoud en herstellingen aan het kerkgebouw,  onderhoud van de centrale verwarming en klokken, belastingen en taksen, brandverzekering en verzekering burgerlijke aansprakelijkheid.

c) De buitengewone uitgaven: Schildering en verfraaiing van de kerk of grote herstellingen aan het kerkgebouw, al dan niet gesubsidieerd door gemeente of Vlaams gewest.

 Dit artikel heeft niet de pretentie volledig te zijn, maar geeft hopelijk een beetje duidelijkheid over het zijn, het doen en laten, van de kerkfabriek.