![]()
Stevaert werkt zwarte verkeerspunten sneller weg
Opletten dat aannemers niet overvraagd en te duur worden
Van onze redacteur
Bart Dobbelaere
13/04/2002
BRUSSEL -- Binnen de vijf jaar wil de minister van Verkeer, Steve Stevaert, 800
zwarte verkeerspunten aanpakken. Hij heeft er een half miljard euro voor over.
,,Toch zit het zwartste verkeerspunt nog altijd tussen de oren van de
chauffeurs.''
Geld is voor Stevaert geen knelpunt. Uit het FFEU, het financieringsfonds voor
eenmalige uitgaven, heeft hij dit jaar meer dan 150 miljoen euro ter
beschikking. 15,5 miljoen is er voor het stimuleren van de binnenvaart. Dit jaar
gaat er ook al 5 miljoen euro naar de zwarte punten. De echte investeringen in
die gevaarlijke punten lopen vanaf 2003. Dan gaat er vijf jaar lang elke keer
100 miljoen euro naar de heraanleg ervan.
Tellingen op grond van verkeersongevallen leveren ongeveer 800 gevaarlijke
punten op in Vlaanderen. Die zijn niet netjes verdeeld over de vijf provincies.
Antwerpen en Oost-Vlaanderen hebben er duidelijk meer.
Toch verdeelt Stevaert het eerste jaar de 100 miljoen euro wel netjes over de
vijf Vlaamse provincies. ,,De provinciegouverneurs staan aan het roer. Zij
beslissen welke punten eerst worden aangepakt. Ik wil wat competitie houden
tussen de gouverneurs. Als ze hun geld niet goed besteden of overschotten
hebben, volgt er een herverdeling.''
Stevaert betrekt niet alleen de gouverneurs bij zijn project. Hij gaat ook te
rade bij de vzw Ouders van Verongelukte Kinderen voor de screening van
gevaarlijke punten. Die screening moet niet alleen uitwijzen waarom er
ongevallen gebeuren op een plaats, maar ook op welke manier de
verkeersinfrastructuur er moet veranderen. Want zoals Stevaert zegt: een
gevaarlijke bocht rechttrekken, leidt vaak tot hogere snelheden en is nog
gevaarlijker.
,,Bij mijn aantreden duurde het twintig jaar om een zwart punt aan te pakken. Nu
duurt het 14 jaar en ik drijf het tempo op tot vijf jaar,'' meldt Stevaert
tevreden.
Meteen lijkt hij zichzelf tegen te spreken. In het Vlaams Parlement waarschuwde
de minister vroeger voor te veel haast omdat Vlaanderen niet genoeg aannemers
telt. Te veel haast zou de prijzen sterk de hoogte in jagen.
,,Klopt'', zegt Stevaert nu. ,,En ik blijf daarvoor waarschuwen. De
provinciegouverneurs moeten opletten dat ze de markt niet oververhitten.''
Bovendien moeten de gouverneurs erover waken dat niet de hele provincie één
groot bouwterrein wordt, met tal van wegomleggingen.
Grote files verwacht Stevaert niet. De zwarte punten die worden aangepakt,
bevinden zich niet op de autosnelwegen of grote ringwegen. Dat is misschien
jammer, want in een recent interview met De Standaard stelde Johan Vanderheyden,
directeur-generaal Wegen en Verkeer, dat er minder ongevallen op onze wegen
gebeuren.
,,Alleen de snelwegen vormen daarop een uitzondering. Aan de infrastructuur van
die wegen kunnen we weinig veranderen. Wel kunnen we het verkeer daar meer
sturen door bijvoorbeeld blokrijden.''
Stevaert zelf waarschuwt dat zijn versnelde aanpak van de gevaarlijke punten
niet betekent dat het voortaan veilig is op de wegen.
,,Het zwartste punt zit nog altijd tussen de oren van de chauffeurs. Zolang de
meeste chauffeurs snelheidsbeperkingen en verkeersregels overbodig vinden,
zullen er ongevallen plaatsvinden. Alleen doe ik met de infrastructuurwerken
mijn deel van de inspanning.''